Het verzoek komt vaak als een korte mail van een klant: stuur ons de CO2-voetafdruk van uw product, geverifieerd door een derde partij. Twee regels die weken werk in gang zetten.
Wat die mail een productvoetafdruk noemt, heeft in de normalisatie een precieze naam: ISO 14067. Die tekst bepaalt hoe de broeikasgasemissies van een product of dienst worden gekwantificeerd en gerapporteerd.
Wat ISO 14067 precies dekt
De norm bouwt voort op de levenscyclusprincipes van ISO 14040 en ISO 14044, maar houdt één indicator aan: klimaatverandering. Waar een volledige LCA ook water, verzuring of uitputting van grondstoffen bekijkt, richt ISO 14067 zich op kilo's CO2-equivalent per functionele eenheid.
De afbakening kan van wieg tot graf lopen, dus van grondstofwinning tot einde leven, of stoppen bij de fabriekspoort bij een gedeeltelijke voetafdruk. Beide zijn conform, mits u zegt welke is gekozen, wat veel studies verzuimen duidelijk te maken.
Wat haar onderscheidt van een bedrijfsbalans
Een bedrijfsbalans betreft een entiteit gedurende een jaar. Een productvoetafdruk betreft een functionele eenheid, bijvoorbeeld een vierkante meter gelegde vloerbedekking gedurende vijftig jaar, of duizend liter geleverd drinkwater.
Dat verschil heeft praktische gevolgen. De gegevens komen uit andere afdelingen, de rekenfijnheid ligt veel hoger, en het resultaat is nooit de bedrijfsbalans gedeeld door het aantal verkochte eenheden. Beide oefeningen voeden elkaar, zij vervangen elkaar niet.
Wat haar onderscheidt van een EPD
Een milieuverklaring van het type EPD, in de Franse bouw een FDES, dekt een tiental indicatoren, volgt productcategorieregels en respecteert een kader voor verificatie en publicatie, in het bijzonder de norm EN 15804 voor bouwproducten.
ISO 14067 is lichter en gerichter. Zij past wanneer een klant om de CO2 van één product vraagt, wanneer een team een nieuwe referentie ontwerpt en varianten wil vergelijken, of wanneer een bedrijf de weg bereidt voordat het aan een volledige verklaring begint.
De vijf punten waarop een studie ontspoort
Een slecht gekozen functionele eenheid staat voorop. Een kilo product tellen in plaats van een geleverde dienst leidt tot het vergelijken van zaken die niet dezelfde functie vervullen, en maakt het resultaat onbruikbaar voor ecodesign.
De allocatieregels volgen meteen. Wanneer één proces meerdere producten maakt, moeten de effecten worden verdeeld. Onderverdeling, massa-allocatie, economische allocatie: de drie wegen geven verschillende uitkomsten, en de keuze moet worden onderbouwd, vastgelegd en in een gevoeligheidsanalyse getoetst. Het is het meest besproken onderwerp bij de toetsing.
Daarna de afkapregels. Kleine stromen uitsluiten is toegestaan, mits u de gehanteerde drempel noemt en nagaat dat de uitsluitingen samen marginaal blijven.
Biogene koolstof, vierde punt, vraagt om emissies en opnames apart te rapporteren. Ze samenvoegen met fossiele koolstof in één totaal vertroebelt de lezing en verzwakt de studie.
Tot slot elektriciteit. De mix die voor een productielocatie wordt gekozen verandert soms de orde van grootte van het resultaat, en de toegepaste logica moet stroken met de overige emissiefactoren in de studie.
De kritische toetsing: waar zij toe dient, wanneer zij verplicht is
De LCA-normen vereisen een kritische toetsing door een onafhankelijke derde zodra een vergelijkende bewering openbaar wordt gemaakt. Simpel gezegd: zodra u publiekelijk wilt stellen dat uw product minder uitstoot dan dat van een concurrent, moet een derde de studie hebben onderzocht.
Buiten dat geval blijft de toetsing vrijwillig, en veel opdrachtgevers vragen haar toch in hun aanbestedingen. Zij fungeert dan als waarborg voor zorgvuldigheid voordat het cijfer in hun eigen rapportage belandt.
Een toetser kijkt altijd naar dezelfde zaken. De samenhang tussen het gestelde doel, de functionele eenheid en de systeemgrenzen. De traceerbaarheid van de gegevens, bron voor bron. De onderbouwing van allocaties en afkapregels. De aanwezigheid van een gevoeligheidsanalyse op de dragende aannames. En of de beoogde claims stroken met wat de studie werkelijk aantoont.
Onze consultants werken aan beide kanten: zij voeren studies uit en verrichten onafhankelijke kritische toetsingen voor industriële bedrijven die de hunne moeten laten valideren.
Hoelang het duurt en waarvoor het dient
Een productvoetafdruk op een goed gedocumenteerde referentie kost enkele weken. De tijd gaat naar het verzamelen bij leveranciers en naar procesmodellering, niet naar de berekening zelf.
Het beoogde gebruik bepaalt het vereiste niveau. Een cijfer voor een interne ecodesign-afweging kan met secundaire gegevens toe. Een cijfer voor een openbare aanbesteding, een communicatie of een concurrentievergelijking vraagt primaire gegevens en een toetsing. Beslis dat aan het begin, want het bepaalt zowel budget als planning.
Dit werk hoort bij ons aanbod LCA en ecodesign, en kan deels worden gefinancierd via publieke regelingen voor ecodesign.
Veelgestelde vragen
ISO 14040 en 14044 leggen het algemene kader van de levenscyclusanalyse vast, over alle effecten. ISO 14067 past dat kader toe op één indicator, klimaatverandering, en voegt de regels toe die eigen zijn aan de productvoetafdruk, vooral over biogene koolstof.
Zij is verplicht zodra een vergelijkende bewering openbaar wordt gemaakt, dus zodra u publiekelijk stelt het beter te doen dan een concurrerend product. Daarbuiten blijft zij vrijwillig, al eisen veel opdrachtgevers haar in hun aanbestedingen.
Nee. Het bedrijfstotaal delen door het aantal verkochte eenheden negeert verschillen in proces, materiaal en gebruik tussen referenties. De bedrijfsbalans helpt bij afbakening en verzameling, maar een productvoetafdruk vraagt een eigen modellering met een gedefinieerde functionele eenheid.
Dat hangt af van wat het bestek vraagt. In de bouw wordt vaak een geregistreerde EPD verwacht, omdat die meerdere indicatoren dekt en een strikt verificatiekader volgt. Buiten de bouw volstaat doorgaans een ISO 14067-studie, soms met een kritische toetsing erbij.
